top of page
Bloemrijk hooiland

Natuur

De natuur van Westerwolde in het verleden

Wat is te vinden over de natuur, het landschap en de plant- en diersoorten van Westerwolde in de archieven.

Hoe zag de natuur en het landschap in Westerwolde eeuwen geleden eruit, wat weten we uit de archieven over de planten- en dierenwereld in Westerwolde.

In de archieven zijn sporadisch gegevens te vinden over planten en dieren in Westerwolde. In in een boedelscheiding van 1827 bevond zich in de ″groote kamer″ een otterklem die werd getaxeerd op 6 gulden. In het landrecht van 1470 staan bepalingen over de wolf. In 1639 en 1645, 1772 en 1774 vonden er wolvejachten in Westerwolde plaats. In 1569 is er sprake van ″pasteien van korhoenen″. Dit is de oudste vermelding van het woord korhoen in Nederland. En in 1691 werd gejaagd op ″patrijsen, corhoenderen, sneppen, kievitten, camphanen, leeuwercken, enden, talingen″.

In vroeger tijd werd totaal anders gekeken naar dieren. Er werd onderscheid gemaakt in nuttig (hazen patrijzen en korhoenders om te jagen) en schadelijk wild (alle roofvogels, wolven, vossen, dassen, marters en otters). Voor het afschieten van schadelijk wild werden premies uitgereikt. Otters werden gezien als rovers van onze vis (vischdief). Vaak stond in krantenberichten nog een laatste zin bijvoorbeeld: ″Met het onschadelijk maken van deze twee (een vischotter en een vos) heeft Lutjeboer aan de vischteelt en aan de wildbaan een grooten dienst bewezen.″ Als voorbeeld een voor huidige maatstaven gruwelijk bericht uit de Winschoter courant van 22 juni 1898.

Wat is te vinden over de natuur, het landschap en de plant- en diersoorten van Westerwolde in de archieven.

Hoe zag de natuur en het landschap in Westerwolde eeuwen geleden eruit, wat weten we uit de archieven over de planten- en dierenwereld in Westerwolde.

In de archieven zijn sporadisch gegevens te vinden over planten en dieren in Westerwolde. In in een boedelscheiding van 1827 bevond zich in de ″groote kamer″ een otterklem die werd getaxeerd op 6 gulden. In het landrecht van 1470 staan bepalingen over de wolf. In 1639 en 1645, 1772 en 1774 vonden er wolvejachten in Westerwolde plaats. In 1569 is er sprake van ″pasteien van korhoenen″. Dit is de oudste vermelding van het woord korhoen in Nederland. En in 1691 werd gejaagd op ″patrijsen, corhoenderen, sneppen, kievitten, camphanen, leeuwercken, enden, talingen″.

In vroeger tijd werd totaal anders gekeken naar dieren. Er werd onderscheid gemaakt in nuttig (hazen patrijzen en korhoenders om te jagen) en schadelijk wild (alle roofvogels, wolven, vossen, dassen, marters en otters). Voor het afschieten van schadelijk wild werden premies uitgereikt. Otters werden gezien als rovers van onze vis (vischdief). Vaak stond in krantenberichten nog een laatste zin bijvoorbeeld: ″Met het onschadelijk maken van deze twee (een vischotter en een vos) heeft Lutjeboer aan de vischteelt en aan de wildbaan een grooten dienst bewezen.″ Als voorbeeld een voor huidige maatstaven gruwelijk bericht uit de Winschoter courant van 22 juni 1898.

 

Beschrijvingen van het landschap komen vrijwel niet voor. Termen als woeste grond, markegrond, heide, veen, vennen, bos enz. worden gebruikt om het landschap te beschrijven.

De eerste vermelding van de Beuk in Noord Nederland is van 1482 als de Boeke (een deel van de Holte ten noorden van Onstwedde) wordt genoemd.

 

In de literatuur zijn enkele publicaties uit de 19e eeuw van belang. In de 20e eeuw zijn beschrijvingen van natuurgebieden in Westerwolde in ′De Levende Natuur′ interessant.

Hieronder een overzicht van beschrtijvingen tot 1950:

Annoniem, 1818. ′Boertige Reis van Winschoten naar Klooster, Ter Apel gedaan in den jare 1817. Geschreven in eenen oosterschen stijl, 2 augustus 1817′. H. van Huisingh, Winschoten. pp. 7-13.

Van Hall, H.C., 1839. Verslag van een landbouwkundig reisje door Westerwoldingerland en een gedeelte van Drenthe. In: Tijdschrift ter bevordering van nijverheid, jaargang 5 (1839) pp. 113-136. In: Kocks, G.H. & J.M.G. van der Poel, 1981. Landbouwkundige beschrijvingen uit de 19e eeuw.

Venema, G.A., 1857. Schets over den natuurlijken toestand van Westerwolde. In: Mulder, L. (hoofdredactie). Boeren-goudmijn: tijdschrift voor den Nederlandschen landbouw in zijn geheelen omvang, inzonderheid ten dienste van het platteland, jaargang 3. Deventer. pp. 197-211.

Geertsema, C.J., 1868. Beschrijving van den landbouw in de districten Oldambt, Westerwolde en Fivelingo in de provincie Groningen. In: Landbouwkundige beschrijvingen uit de 19e eeuw (1979).

Tonkes, Hommo, 1890. Het plantenkleed van Westerwolde in verband met de bodemgesteldheid. Eene aardrijkskundige studie in het veld. In: Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, volume VII. Amsterdam. pp. 817-843.

Smid, H.J., 1901. Een strooptocht door Westerwolde. In: Heimans, E. & Jac. P. Thijsse, De Levende Natuur, jaargang 6. W. Versluys, Amsterdam. pp. 135-141.

Smith, A. Joh., 1904. Zwerftochten in Westerwolde. In: De Aarde en haar Volken.

Thijsse, Jac. P., 1925. Onze kleinste. In: In: Heimans, E. & Jac. P. Thijsse, De Levende Natuur, jaargang 30. W. Versluys, Amsterdam. pp. 125-227.

Bosgra, W.H., 1925. Een wolvenjacht in Westerwolde. In: Maandblad Groningen., jaargang 8.

Smith, A.H., 1925. Wolven in Westerwolde. In: Maandblad Groningen, jaargang 8.

Hoogenraad, H.R., 1933. Heksenkruid en de flora van Ter Apel. In: Heimans, E. & Jac. P. Thijsse, De Levende Natuur, jaargang 37. W. Versluys, Amsterdam. pp. 267-269.

Zandstra, A., 1937. Het Liefstinghsbroek (Mr. Schönfeld en Westerwolde). In: Heimans, E. & Jac. P. Thijsse, De Levende Natuur, jaargang 42. W. Versluys, Amsterdam. pp. 8-11.

Duiven, J. Mart., 1938. Over insecten in Westerwolde. In: Heimans, E. & Jac. P. Thijsse, De Levende Natuur, jaargang 43. W. Versluys, Amsterdam. pp. 108-113.

Duiven, J. Mart., 1938. Het Lauderveld. In: Heimans, E. & Jac. P. Thijsse, De Levende Natuur, jaargang 43. W. Versluys, Amsterdam. pp. 238-242.

Ligterink, G.H., 1942. Periglaciale verschijnselen in Westerwolde. Een windkanterlaag in de Sellingerbeetse. In: Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, volume LIX. Amsterdam.

Duiven, J. Mart., 1949. De Tichelberg bij Onstwedde. In: Heimans, E. & Jac. P. Thijsse, De Levende Natuur, jaargang 52. W. Versluys, Amsterdam. pp. 231-236.

image1.png
bottom of page